Ik beweeg me nu ruim een decennium in de ‘wondere wereld’ van de verfkolom. Eerst als freelance-journalist en sinds 2006 als redacteur van Eismas Schildersblad. Gedurende die periode heb ik diverse veranderingen in de branche meegemaakt. Zoals de presentatie naar de buitenwereld.
Waar ik persoonlijk meer moeite mee heb, is de opmars van Engelse functietitels. Kreeg ik vroeger in mijn dagelijkse werk vooral te maken met mensen die zich simpelweg schilder, verfverkoper, vertegenwoordiger, kleurspecialist, verfmenger, voorlichter, directeur of baliemedewerker noemden, tegenwoordig kom ik in de branche steeds vaker de meest vreemde en vaak vage benamingen tegen. Wat te denken van de purchase and marketingmanager, business segment manager, creative DTP’er, operations and commercial manager, sales executive, manager communication and branding, showroom manager, segment manager, manager corporate communications, area manager, colourtrainer, sales manager of chief executive officer?
Ik zie al deze Engelse functietitels bijna dagelijks voorbij komen in mijn werk. Een buitenstaander heeft vaak geen idee wat dergelijke functies precies inhouden, maar ze stralen wel status uit. Volgens hoogleraar human resources management Joep Bolweg is het verschuiven van functietitels zo oud als de wereld. ”Midden vorige eeuw had je bazen, chefs en voormannen. Nu hebben we varianten op manager, terwijl hun functie-inhoud heel weinig is veranderd. We zien momenteel twee dingen gebeuren: het verengelsen van titels en een vorm van titelinflatie. De term ‘manager’ slaat allang niet meer alleen op leidinggevenden, het zijn ook vaak beheerders van een account of magazijn.”
Overdreven
Over de oorzaken van titelinflatie lopen de meningen uiteen. Volgens de Amerikaanse wetenschapper Peter Cappelli neemt de inflatie toe in magere economische tijden. In zijn boek Chief Receptionist Officer beschrijft hij hoe Amerikaanse bedrijven in de jaren zeventig geen ruimte hadden voor loonsverhogingen. Dus gaven ze hun werknemers maar een duurdere titel. Ook tegenwoordig gaan werknemers volgens hem nog regelmatig akkoord met zo’n regeling, als die imponerende titel hun kansen verhoogt om ooit op hun gedroomde positie terecht te komen.
In de Nederlandse no nonsens cultuur vinden werknemers Engelse functietitels al snel overdreven, zo blijkt uit onderzoek van de NationaleVacaturebank onder bijna 1000 respondenten. Zo’n 14 procent van de werknemers geeft eerlijk toe zelfs niet eens te weten wat zo’n Engelse functietitel eigenlijk inhoudt. Uit de enquête kwam de volgende Top 5 van – in de ogen van de ondervraagden – nietszeggende functietitels voort:
1. Executive (38 procent)
2. Manager (18 procent)
3. Senior (15 procent)
4. Consultant (12 procent)
5. Assistant (8 procent)
Lachen
Het grootste voordeel van Engelse jobtitels? De hele wereld kan meelachen om grappige vondsten. Zo heet Annalie Killian, hoofd IT-communicatie en innovatie bij AMP, catalyst for magic. En wat dacht u van de titel ’director of first impressions’ voor de receptionist? Sommige mensen zitten zo hoog in de hiërarchie dat ze zich elke titel kunnen permitteren. Zoals ceo Don Meij van de keten Domino’s pizza. Hij noemt zichzelf chief enthusiasm officer. En de topman van wodkaproducent 42 Bellow tooit zich met de titel chief vodka bloke.
Eerlijk gezegd hoop ik nu ook op personen in de verfkolom met zelfspot , die eveneens met grappige vondsten komen. Hierbij alvast enkele voorzetjes: directeur schildersbedrijf (Chief metamorphosis), houtrotsaneerder (Doctor dry rot), voorman (Foreman make-over), schilderende ozp’er (Chief without crew).
Helemaal mee eens.
Maar wat dacht u van de vele engelse namen voor nederlandse verven
en lakken, die veelal alleen naar duitssprekende landen uitgevoerd worden. Ook als er een nieuw non-paint(!) artikel op de markt komt
bijna altijd met een prachtige volzin engelse naam. Ook als dat gereedschap of artikel uitsluitend op de eigen nederlandse markt
komt…..JAMMER!